Het paardengebit

paarden
Mijn paarden bij de dierenarts voor de jaarlijkse controle

Wat ik bij veel leerlingen tegenkom is de onwetendheid over het paardengebit. Moeten ook paarden naar controle? Zou de nageeflijkheid aan het gebit kunnen liggen? Ja dit kan! Als een paard een dominante kies, ernstige trap of golfvormig gebit heeft of andere onregelmatigheden, kán hij gewoon niet nageven! Dit is omdat als je je paard nageeflijk wilt rijden, moet het paard zijn hals buigen en daarbij trekt het de onderkaak licht naar achteren. Wanneer een van de problemen die ik net heb genoemd in de kaak zitten, kan dit mechanisme niet meer plaatsvinden en kan het paard gewoon echt niet nageven (tenzij hij de mond opent, maar dit kan weer niet als je je neusriem aangesnoerd hebt). Dit kan ook zelfs verzet geven!

Ik ben voorstander van jaarlijkse controle, puur om deze problemen jaarlijks aan te pakken. Wanneer je dat niet doet en je ziet de volgende symptomen, gelijk aan de bel trekken

Eetproblemen

Hooiproppen
Hooiproppen
  • Moeilijk kauwen
  • Langzaam, niet of bijna niet eten
  • Aan één kant eten/hoofd scheef houden bij het kauwen
  • Proppen voer maken (uitspugen van proppen halfgekauwd hooi of gras)

Lichamelijke symptonen

  • Conditieverlies / verminderen van uithoudingsvermogen
  • Mager worden
  • Niet mooi in de vacht zitten
  • Bloedingen in/aan de mond
    Hier zie je dat de wang kapot gaat door de scherpe randen
    Hier zie je dat de wang kapot gaat door de scherpe randen
  • Zwellingen aan het hoofd
  • Stinken uit de mond
  • Afwijkende mest
  • Terugkerende koliek
  • Pijn bij het aanraken van het hoofd

Afwijkend gedrag

  • Rij of men problemen
  • Schudden van het hoofd
  • Sterren kijken of te diep lopen
  • Het bit vasthouden / ontwijken
  • Verkeerde stelling houden

 

Ontstaan van scherpe punten
Het gebit van een paard is gemaakt voor het eten van harde stengelige grassen. Onze gedomesticeerde paarden eten veel zachter voer (biks/gras naast hooi/stro) en maken veel minder kauwbewegingen dan waar hun gebit ´voor gemaakt´ is met als gevolg dat de kiezen minder snel afslijten. Dat klinkt misschien positief maar er kleeft ook een minpuntje aan… Het veel eten van hardere stengels zorgden er in de natuur ook voor dat scherpe randjes aan de zijkanten van de kiezen afgeslepen werden. Bij onze paarden gebeurt dit in onvoldoende mate waardoor veel paarden scherpe puntjes in hun wangen en tong voelen prikken. Anders dan dat je misschien zou denken, laten veel paarden dit helaas niet merken aan hun eigenaar/eigenaresse en blijven ze ogenschijnlijk vrolijk dooreten en zonder protest doorrijden. Dit kan deels verklaard worden door het feit dat een paard een prooidier is en dus niet snel zijn zwakte laat zien.
Dit is ook waarom het zo belangrijk is om je paard elk jaar te laten controleren door de tandarts en de scherpe punten te laten wegvijlen!!

Hoeveel tanden en kiezen heeft een paard?
Melkgebit: 24 tanden en kiezen
Volwassen gebit: 36 – 44 tanden en kiezen

Wanneer komen de tanden en kiezen door? Wanneer wisselen de tanden en kiezen?

Doordat de wisseling en afslijting van tanden en kiezen van een paard een vast patroon volgen, is de leeftijd van een paard met een redelijke betrouwbaarheid te schatten. Het spreekwoord: “Je moet een gegeven paard niet in de bek kijken” komt hier vandaan.

  • Bij het veulen zijn de melkkiezen meestal al doorgekomen als hij geboren wordt en anders gebeurt dit in de eerste levensweek. De eerste (binnen-) melktanden komen een paar dagen na de geboorte door, de middelste snijtanden na 4-6 weken en de buitenste snijtanden verschijnen op een leeftijd van 6-9 maanden.
    Wolfskiesjes
    Wolfskiesjes
  • De wolfskiezen of wolfstanden zijn kleine tandjes die vlak tegen de voorste kiezen aan liggen en kunnen doorkomen op een leeftijd van 6-12 maanden. Ze komen vooral in de bovenkaak voor maar kunnen ook in de onderkaak aanwezig of zelfs geheel afwezig zijn. Dit variabel voorkomen doet denken aan verstandskiezen bij de mens maar ze lijken er verder totaal niet op qua uitzicht en qua tijdstip van doorkomen. In de meeste gevallen worden deze wolfskiezen preventief verwijderd omdat ze vaak in de weg zitten bij gebruik van een bit. Als het bit deze wolfskiezen raakt, kan dit pijnlijk zijn voor het paard. De ruiter kan dit herkennen doordat het paard bij het rijden bijvoorbeeld zijn hoofd kantelt of omhoog gooit. Op de afbeelding is een wolfskiesje te zien (aangeduid met een pijl) dat al deels afgesleten is door het bit.
  • In totaal komen er verspreid over 3 jaar nog 3 extra kiezen door zodat elke kiezenrij als het paard 3 jaar is, bestaat uit 6 kiezen.
  • Vanaf 2 1/2 jaar begint het paard met wisselen van zowel de melktanden als melkkiezen. Om te controleren of dit goed gebeurd is, is het raadzaam om een paard zeker vanaf 3-jarige leeftijd (half)jaarlijks te laten controleren. De definitieve kiezen duwen de melkkiezen weg terwijl ze doorkomen, waardoor de melkkiezen als een hoedje op de permanente kiezen zitten. Deze hoedjes (melkkiezen) noemen we doppen. Tussen de doppen en de definitieve kiezen kan soms voedsel achterblijven wat behoorlijk kan gaan stinken. Ook kunnen jonge paarden ruimtes hebben tussen hun kiezen waar stukjes voedsel kunnen blijven steken. Dit kan je vergelijken met een stukje appelschil die tussen je tanden achterblijft. Behalve dat het een rottig gevoel geeft, kan het tandvlees ook nog eens gaan ontsteken. Bacteriën vinden dit bovendien een warme, fijne plek om zich te vermeerderen en dat ruik je. Op 4 1/2- jarige leeftijd is een paard normaal gesproken klaar met wisselen van tanden en kiezen.
    Hengstentand
    Hengstentand
  • Bij mannelijke paarden komen op 4- tot 6- jarige leeftijd hengstentanden tevoorschijn (1 in elke kaakhelft). Vooral op de onderste hengstentanden kan snel een brok tandsteen ontstaan die gelukkig gemakkelijk te verwijderen is. Sommige merries hebben ook hengstentanden maar als deze voorkomen, zijn ze wel veel kleiner dan bij de ruinen en hengsten.

Een vijfjarig paard heeft een compleet gebit. de snijtanden en de kiezen groeien, nadat ze hun maximale lengte hebben bereikt op ongeveer 6-jarige leeftijd, langzamerhand uit de tandkas. Tegelijkertijd slijten de elementen aan het kauwoppervlak af als gevolg van het vermalen van het voedsel. Op jonge leeftijd gaat dit proces met een snelheid van ongeveer 2-4 mm per jaar. Als het paard ouder dan zo’n 22 jaar is, gaat het steeds langzamer. Op een bepaald moment is er nog maar zo weinig houvast in de kaak, dat kiezen en/of tanden los gaan zitten, uitvallen of moeten worden verwijderd.
De buitenkant van de wrijfvlaktes veranderen elk jaar. Bij jonge paarden van een jaar of 5 zijn deze wat ovaal, bij oudere paarden (+ 8) wordt het wat ronder en daarna rechthoekig.
De kroonholte is een gaatje dat in de wrijfvlaktes zit (dit hoort zo), en verdwijnen naarmate het paard ouder wordt.
Het tandsterretje is een zwart streepje op de bodem van de kroonholte, dat eerst dun is en later ronder wordt. Dit streepje komt door het slijten van de tanden.
Een paard dat aftands is, is ouder dan 8 jaar. Na de 8 jaar is het lastig om de leeftijd van het paard goed af te lezen. Sommige paarden krijgen vanaf 10-jarige leeftijd een groef in de buitentand aan de bovenkant. Dit is een schuine streep, die van de bovenkant van de tand naarmate het paard ouder wordt helemaal naar beneden kan doorlopen, waardoor het lijkt alsof de tand is gespleten. Op 20-jarige leeftijd is dit meestal het geval. Niet ieder paard krijgt dit.

Oudere paardentanden
Tot op een bepaalde leeftijd (ongeveer 6 jaar) groeien de kiezen van een paard dus nog steeds, waardoor de slijtage van de kiezen opgevangen wordt door een nieuw deel van de kies. Op een gegeven moment stoppen de kiezen met groeien en komen ze alleen nog maar verder door (worden ze als het ware uit de kaak geduwd). Bij hele oude paarden kan het dan ook voorkomen dat bepaalde kiezen helemaal zijn weggesleten. Het is dus niet zoals bij een konijn dat de kiezen het hele leven blijven groeien. Daarom goed opletten bij oudere paarden of ze goed blijven eten en anders makkelijker verteerbaar voer kopen.

 

Doorbreken en wisselen van de tanden in schema

0 tot 1 maand De binnentanden zijn aanwezig bij de geboorte, of verschijnen snel daarna. In het midden zit de kroonholte.
1 tot 1,5 maand De middentanden komen door.
6 tot 9 maanden De hoektanden zijn doorgekomen.
3 jaar De middelste melktanden worden op 2,5 -jarige leeftijd vervangen door blijvende tanden. Op 3-jarige leeftijd slijten ze.
4 jaar De middentanden vallen uit als het paard 3,5 is, en worden door blijvende vervangen. Op 4-jarige leeftijd slijten de tanden.
4 t/m 5 jaar De buitenste tanden wisselen van blijvende en de haaktanden zijn doorgebroken. Een vijfjarig paard heeft een compleet gebit.
6 jaar De middelste tanden staan recht op elkaar. De kroonholte is bijna niet meer zichtbaar.
7 jaar De bovenste hoektanden worden haakvormig. De middelste tanden worden nu rond, en de kroonholte is niet meer zichtbaar bij de binnentanden.
8 jaar De tanden staan in een lichte hoek op elkaar, het donkere tandsterretje verschijnt en de kroonholte is verdwenen bij de buitentanden.
10 jaar De binnentanden worden driehoekig. In alle tanden zitten de tandsterretjes. Bij sommige paarden verschijnt nu de groeve op de buitentand.
13 jaar De tanden worden nu nog rechthoekiger. De tandsterretjes zijn groter en ronder, en de tanden gaan in een schuinere hoek staan. De groeve is al op de helft van de buitentand.
20 jaar De tanden staan nu bijna in een hoek van 90 graden. De eventuele groeve lopen nu over de hele lengte van de buitenkant. De wrijfvlaktes zijn driehoekig.

Wat zijn de meest voorkomende gebitsproblemen?
Scherpe emailpunten zijn scherpe punten aan de zijkant van de kiezen die kunnen ontstaan doordat de bovenkiezen breder zijn dan de onderkiezen en doordat de onderkaak smaller is dan de bovenkaak. In combinatie met relatief zacht voer en minder kauwbewegingen zijn scherpe punten snel gevormd. Ze komen vooral voor aan de buitenkant van de bovenkiezen en de binnenkant van de onderkiezen waardoor wondjes kunnen ontstaan in de wangen en de tong van het paard. Dit is één van de redenen waarom een jaarlijkse gebitscontrole (en -behandeling) nodig is bij onze gedomesticeerde paarden. Vooral bij jonge paarden zijn deze puntjes vaak vlijmscherp!

Haken
Haken op de voorste kiezen

Haken kunnen ontstaan wanneer bijvoorbeeld de voorste kiezen in de bovenkaak niet geheel in contact komen hakenmet de voorste kiezen in de onderkaak. Dit is voornamelijk het geval bij paarden met een overjet/overbeet waarbij niet alleen de snijtanden maar ook de kiezen in de bovenkaak zich verder naar voren bevinden ten opzichte van de snijtanden en kiezen in de onderkaak. Deze paarden hebben bovendien vaak haken aan de achterste onderkiezen. Door de aanwezigheid van haken op de voorste bovenkiezen (en achterste onderkiezen) kan een paard zijn hoofd moeilijker naar beneden bewegen. Hierbij moet hij namelijk zijn onderkaak naar voren schuiven en dit wordt lastiger als er grote haken aan de voorste bovenkiezen tegen de voorste onderkiezen aanduwen. Het paard met haken zal, als hij zijn hoofd naar beneden wil brengen, zijn mond moeten openen om zijn onderkaak naar voren te kunnen schuiven. Als dit niet mogelijk is, zal bij het naar voren schuiven van de onderkaak extra druk uitgeoefend worden op de kiezen met haken en de tegenoverliggende kiezen. Je kan je voorstellen dat het voor een paard met haken ook moeilijker is om tijdens het rijden nageeflijk te zijn. Zijn mond kan hij dan al niet (ver genoeg) openen door de neusriem dus als er een grote haak in de weg zit, moet hij de druk accepteren die dat geeft op zijn andere kiezen. Het is dus heel belangrijk om zeker te weten dat je paard haakvrij is!

Een dominante kies is een kies die hoger is dan de andere kiezen in dezelfde kiezenrij. Een kies kan dominant worden als hij bijvoorbeeld eerder is doorgekomen/ harder/breder is dan de tegenoverliggende kies of als de tegenoverliggende kies ontbreekt. Er is dan een gebrek aan slijtage waardoor de dominante kies de kans krijgt om sneller te groeien/door te komen. Dominante kiezen kunnen verschillende patronen geven: een trapgebit (plotse overgang naar een hoge kies) of een golfgebit (geleidelijk hoger en weer lager worden van het kauwoppervlak). Een dominante kies die wel een tegenoverliggende kies heeft, zal deze steeds meer doen afslijten en uiteindelijk zelfs wegslijten. Hierdoor kan het gebeuren dat een dominante kies bij een ouder paard tot tegen het tandvlees kan komen waar zich eerst de tegenoverliggende kies bevond. Dit kan voorkomen worden door de dominante kies bij een gebitsbehandeling tot op hetzelfde niveau terug te brengen als de andere kiezen in de rij zodat deze kies (tijdelijk) niet meer dominant is. Het is aan te bevelen om bij een paard met dominante kiezen halfjaarlijks een gebitscontrole uit te laten voeren, vooral als er ook nog een kies ontbreekt.

Trapvormige gebitten. Deze afwijking komt niet veel voor, maar indien zij voorkomt vormt het een ernstige belemmering van kaakbewegingen. Een trapvorm in optima forma zien we bij het gebit dat net een dop kwijtgeraakt is. Deze trapvorm is natuurlijk normaal in de ontwikkeling van het gebit en dient niet gecorrigeerd te worden.

De golfvormige gebitten komen veelvuldig voor m.n. bij oudere paarden. Ook hiervan ligt de oorzaak voor het ontstaan van een golf vaak al in het jonge gebit. Het jonge gebit wisselt en krijgt de permanente elementen in functie op de leeftijd van 2 tot 5 jaar. Correctie op jonge leeftijd voorkomt golven in het gebit op latere leeftijd.

trap en golf

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *